HOE MOET HET VERDER NU DE OORLOG IS AFGELOPEN
We moeten ons leven weer oppakken, maar dit is niet zo gemakkelijk. Alle mensen uit onze omgeving zijn wel mensen verloren, of zijn zelf om het leven gekomen tijdens die nare oorlog. Het land is aan puin geschoten en we moeten beginnen aan de heropbouw van het land. De Duitsers zijn dan wel vertrokken, maar de gevolgen van wat ze aangericht hebben zullen nog lange tijd zichtbaar zijn. Ook heerst er nog voedselschaarste en sterven er nog altijd heel veel mensen als gevolg van uitputting, ziekte, honger of juist vanwege teveel eten. Sommige mensen weten vrij veel eten te bemachtigen, maar eten dan zoveel dat hun lichaam het niet meer aankan en ze alsnog sterven.
Het is te verschrikkelijk voor woorden. Nu is de oorlog voorbij en sterven er nog steeds heel veel mensen. De hongerwinter was dan ook meer dan verschrikkelijk. Mensen moesten zelfs bloembollen eten. Wat zijn we blij dat de grootste ellende nu voorbij is. We zijn er echter nog lang niet. Het herstel gaat nu pas beginnen en dat zal nog lang duren. Dankzij de genade van God zijn wij er nog goed vanaf gekomen. Niemand van de verzetsstrijders en hun gezinnen zijn overleden. Al hun familieleden en vrienden hebben de oorlog overleefd en we hebben natuurlijk veel mensen tot de Heer mogen leiden. Dat is nog wel het belangrijkste van alles.
WE GAAN VASTEN EN BIDDEN VOOR HERSTEL
Mijn gezin en ik hebben inmiddels besloten 1 dag in de week te vasten en te bidden voor geestelijk herstel van de mensen die de oorlog overleefd hadden, zowel in binnen- als buitenland. Als we dit vertellen aan onze vrienden van de voormalige verzets- anex gebedsstrijdersgroep, besluiten ze mee te doen. We hoeven nu niet meer in het bos bij elkaar te komen en binnen de korste keren hebben alle leden weer een Bijbel, zodat ons bijzondere Bijbeltje niet meer hoeft te rouleren. De eerste weken na de oorlog had nog niet iedereen een Bijbel. Het Bijbeltje bleef toen rouleren, zodat elk lid een week lang in het Bijbeltje kon lezen.
Nu is dat niet meer nodig. Het Bijbeltje was van mij en mijn gezin. We hadden dit vlak na onze bekering gekocht, omdat het zo lekkker handzaam was en gemakkelijk verstopt kon worden indien nodig. Daarom houden wij het. Alle leden van de groep gebedsstrijders – we hadden de naam gedeeltelijk aangepast - zijn het hier unaniem mee eens.
Vaak komen we bij mij thuis bij elkaar en dan leest telkens iemand anders van de gebedsstrijders voor uit het Bijbeltje tijdens de Bijbelstudie. Dat zijn altijd weer ontroerende momenten. We bidden dan vaak voor de mensen die de oorlog overleefd hebben. We bidden ook voor lichamelijk en geestelijk herstel. We vinden het heel belangrijk dat mensen leren om de Duitsers, maar ook NSB-ers te vergeven van wat die hen aangedaan hebben. Dit lijkt een schier onmogelijke opgave, maar we weten dat als mensen hun heil bij God zullen zoeken, het wel mogelijk is.
We beginnen weer heel voorzichtig te getuigen tegen ons onbekende mensen. In de oorlog deden we dat niet. We vertellen over onze ervaringen tijdens de oorlog en hoe we Gods nabijheid al die jaren hebben gevoeld. Op deze manier kunnen we ook nu, na de oorlog verschillende mensen tot de Heer leiden. Die mensen zijn daardoor ook in staat, om hun ervaringen bij God neer te leggen en de mensen te vergeven die hen of hun naasten zo verschrikkelijk behandeld hadden. Ze herstellen vaak veel eerder dan mensen die God niet in hun leven willen toelaten. 
Helaas zijn die er ook. Veel mensen wijzen God af en geven Hem de schuld van alle ellende tijdens de oorlog. De vraag die we vaak krijgen is: “Waar was God voor mij en mijn naasten tijdens de oorlog? Als Hij dan toch bestaat, had Hij ook wel in kunnen grijpen. Hij greep niet in, dus Hij bestaat niet.” Wij vertellen dan vaak het verhaal van Esther uit het Oude Testament van de Bijbel. Gods Naam komt in dat Boek niet voor, maar we geloven dat God op de achtergrond bewoog door het leven van koningin Esther en haar oom Mordechai heen. Hij had hen gebruikt om Zijn volk te beschermen. In de net afgelopen oorlog heeft Hij hetzelfde gedaan voor de Joden en vele andere mensen. Niet alleen onze verzetsgroep, maar vele, vele andere mensen in binnen- en buitenland hebben vele Joden en anderen het leven gered. We zijn God hier heel dankbaar, beseffende dat het zonder Hem niet mogelijk was. We zoeken naar mogelijkheden om Hem te dienen met ons leven. Wij hebben natuurlijk ook het nodige meegemaakt, maar zijn stabiel gebleven. Dat hebben we absoluut aan onze geweldige God en Vader te danken, die ons rust en stabiliteit geeft.
GODS ANTWOORD OP ONZE GEBEDEN
Tijdens het bidden en vasten komen we met de gebestrijders meer en meer tot de overtuiging dat we iets moeten doen voor mensen die vastgelopen zijn door hun traumatische ervaringen tijdens de oorlog. We leggen dit in gebed bij God neer en hebben het er over tijdens onze wekelijkse bijeenkomsten. We besluiten de optie serieus te overwegen, nadat God duidelijk tot verschillende leden van de groep heeft gesproken, dat dit inderdaad is wat Hij van ons verlangt. Er moet nog heel veel gebeuren voor het zover
is, maar daar hebben we het later wel over.
Voorlopig gaan we in een gewone baan aan de slag om geld te verdienen en te sparen voor het centrum. Ik heb veel geluk en mag weer bij mijn vorige baas in de groente- en fruitgroothandel aan de slag. Mijn kinderen mogen weer naar school. Ze gaan inmiddels naar de middelbare school en komen daar jongeren tegen die ze nog kennen van het verzet of van de lagere school. Ze zijn blij dat ze nog mensen van voor de oorlog tegenkomen en ze getuigen tegen hun oude vrienden. Sommigen daarvan komen tot bekering. Ook de andere leden van de gebedsstrijdersgroep gaan weer aan de slag. Sommigen in hun oude baan, anderen zoeken en vinden een andere baan.
Wat we nu nog niet weten is dat ons huidige werk, een voorbereiding is op het hulpverleningscentrum dat we op gaan zetten. Alle winkels en organisaties waar we werken, zullen ons helpen het tot een groot succes te maken. We zijn daar later achter gekomen en danken God voor Zijn goedheid en genade. Want als er iets duidelijk is, is dit het wel: Zonder Gods leiding en richting is het niet mogelijk zijn een hulpverleningscentrum op te zetten. Hem komt toe alle lof, eer en glorie. Alles is tot eer en glorie van Zijn heilige Naam. Daarop zeggen we ja en amen.